Klassieke autowrakken en bloedneuzen
Ik heb een nieuw verhaal geplaatst op www.nieuwzeeland.org.
Ik reed verder richting het zuiden, op weg naar Wanganui. Niet ver, want na 26 kilometer al (bij Horopito) vond ik opeens een autokerkhof, en niet zomaar eentje! Kolossaal! Een werkelijk walhalla! Van veraf zag ik dat het een hele bijzondere was, het stond er vol met klassieke auto’s! Ik sloeg af en vroeg of ik een kijkje mocht nemen. Natuurlijk. Boven het kantoortje was ook nog een museumpje met allemaal onderdelen. Knipperlichten, wieldoppen, voorlampen, allemaal van klassieke auto’s! Buiten raakte ik ook maar niet uitgekeken. Auto’s van sinds de begin van het autotijdperk. Opgegaan in de natuur. Met kleuren die je niet bedenkt. Sommige opgestapeld, maar toch tot maximaal twee hoog. Ik schoot aan één stuk door foto’s, niet wetend waar ik moest klikken. Na ruim vijf uur en tweehonderd foto’s verder haakte ik af. Het werd al donker en het begon steeds harder te regenen. Het had de hele tijd al geplensd, maar het maakte allemaal niet uit. Gewoon m’n waterdichte jas aan en dan weer doorgaan!

Toen het toch echt tijd werd om verder te trekken en een slaapplaats te zoeken, zo rond 17.00u, bedacht ik me ineens dat ik wel eens kon navragen of ze ook tweedehands banden voor mijn auto hadden. Niet dat mijn auto zo klassiek was, maar ik had ook wat redelijk moderne autowrakken gezien. Wat was het nodig, nieuwe banden, ontzettend! Ik zou er nooit mee door de keuring komen en voor de veiligheid was het ook niet gek. Met al die bochtige bergweggetjes en gravelroads wil je toch iets grip hebben, heel gek.
.
Ted for Tyres keek eens naar m’n auto en dacht na. Hij had er twee voor een busje van mijn type. Eentje haalde hij af van een busje die net binnen was. De andere lag in de werkplaats, maar die was ietsje minder van kwaliteit. Maar wel 100x beter dan wat ik had. Voor samen 100 dollar en 20 dollar arbeidsloon kreeg ik nieuwe banden en werden ze er op gelegd. Ik deelde met Ted for Tyres mijn ervaringen van die dag en vertelde hem wat voor fantastische dag ik had gehad. Ik had daarvoor ook al 10 dollar gedoneerd aan het mevrouwtje op het kantoor en die kon zich echt niet voorstellen dat ik echt zoveel wou geven. Maar voor mij was het zo ontzettend veel waard. Ik had zoveel fijn materiaal geschoten voor collages of wat dan ook!
Terwijl Ted de banden er op legde zag ik plotseling een heel erg mooi busje te koop staan. Een klassieke Commer. Zo ontzettend ruim van binnen, zo mooi, helemaal origineel, bla bla, fris gekeurd, nieuwe registratie enz. En dat voor maar 2500 dollar. Dezelfde prijs als waarvoor ik mijn busje bijna vijf maanden geleden gekocht had. Als ik dit Commer busje aan het begin van mijn reis had gezien wat had ik dan ontzettend stijlvol door Nieuw Zeeland rond gereden. En dan had ik er een fauteuil voor gekocht! Die had er prima ingepast en dan ook nog wel een matras, geen probleem. Het busje had ramen helemaal rondom. Ik vroeg Ted waarom deze auto zo goedkoop was. Tja, zei hij. De eigenaresse heeft haast om ‘m te verkopen, zij zou spoedig verhuizen naar Australië… vandaar. Wat speet het me dat ik dit busje niet eerder was tegengekomen. Ik had haar graag geholpen… Helaas.
Ted wees me een plek om te slapen met mijn auto want het was al donker. Hij vroeg of ik verder nog wensen had. Nou en of! Ik gaf hem een sapfles om te vullen met warm water. Een kruik kon ik wel gebruiken met deze temperaturen. In m’n bus kookte ik weer noodles en daarna bekeek ik m’n vangst van die dag, de foto’s die ik had gemaakt in het Tongariro National Park en de foto’s op de sloperij. De Tongariro foto’s vielen wat tegen, veel waren er overbelicht doordat de lucht niet blauw maar wit/grijs was geweest… Iets wat in Nieuw Zeeland een stuk minder vaak voorkomt dan in Nederland. Desalniettemin overtroffen de foto’s van de autowrakken iedere verwachting! Ik had weten vast te leggen: ontzettend mooie texturen, patronen op de lak, barsten in lak, mos er op, allemaal kleuren die door elkaar heen liepen, maar ook aandoenlijke sip-kijkende autowrakken, verliefde auto’s, baby auto’s, bejaarde auto’s, bizar allemaal! Zo mooi, zo bruikbaar! Weldra viel ik vredig in slaap, een slaap waarbij ondanks mijn geïmproviseerde met warm water gevulde sinaasappel-mango-kruik, de kou een overheersende rol speelde.
Die nacht werd het vrijdag en ver voordat de zon op was belde papa me wakker. Ik was net te laat bij m’n telefoon maar volgens de voicemail had pa een probleem met z’n computer. Het leek ernstig. Ik kon niet terugbellen want de batterij van m’n telefoon was leeg… Ik besloot te wachten tot de dag begon en dan zou ik naar een telefooncel gaan. Om zeven uur stond ik op. Ik probeerde mijn auto te starten maar dat ging niet… Ik had het weer voor elkaar gekregen om een mezelf een flat-battery te bezorgen door te enthousiast foto’s te blijven kijken op m’n laptop… Het was nog half donker en te vroeg om hulp te zoeken… Ik probeerde op eigen kracht m’n auto te gaan aanduwen en dan wanneer ie een beetje vaart had er dan bij in te springen, de koppeling in te drukken, de versnelling in z’n twee te zetten en dan laten opkomen. Maar voordat ik al deze handelingen had uitgevoerd stond de auto altijd al weer stil. Het gewenste resultaat bleef uit. Waar ik wel in slaagde was mezelf heel moe te krijgen… Mijn kans op succes nam evenredig af met mijn energie…
Maar ineens stond er een oude man in een fel wit gewaad voor me. Het was JD, de caretaker van de sloperij in zijn ochtendjas en met zijn zelfgemaakte wandelstok. De oude tovenaar had mij een tijdje gade geslagen en had toen besloten me helpen. Eerst zouden we koffie gaan drinken in zijn houten huisje en dan zou alles goed komen. Na een leuk gesprek over ‘Vee Doubs’ (volkwagen campertjes) gingen we naar buiten met een Power & Air jump-starter. Te koop voor maar 80 dollar bij de Repco… zou toch eigenlijk iedereen standaard in z’n auto moeten hebben liggen zei hij. Al snel liep de auto weer maar toen ik al zwaaiend de bocht om reed sloeg per ongeluk m’n motor af… JD zuchtte diep en maakte een-zowel-vrouw-als-Rick-onvriendelijke-opmerking… Na nog een jump-start reed ik weer… Opnieuw op weg naar het zuiden, naar mijn meisje. Nog geen honderd meter verder stond een lifter. Zonder opnieuw mijn motor af te laten slaan pikte ik hem op. We bleken allebei ongeveer op dezelfde plek gestrand te zijn. Hij met een lege tank en ik dus met die lege accu. Hij was nu op weg naar het dichtstbijzijnde benzinestation. Terwijl ik hem daarheen bracht gaf hij mij tips over de route die ik wilde gaan volgen richting Wanganui. Ik was van plan over de Wanganui River Road te gaan rijden maar hij raadde het me af als ik haast had, en al helemaal met dit regenachtige weer. Echt haast had ik natuurlijk niet, ik was per slot van rekening in Nieuw Zeeland… Maar ik wou wel op tijd bij Dora zijn, al wist ik niet eens precies in welk dorp of welke stad ik haar zou zien. Ergens in de buurt van Palmerston North was het enige wat ze me in ons laatste telefoongesprek kon vertellen. De lifter was weer weg, en ik reed over de grote weg naar Wanganui. Het regende verschrikkelijk en plotseling was daar dat geluid van die helikopter. Het klonk alsof ie een meter boven m’n auto vloog… Ik zette snel m’n muziek af en begreep toen dat het m’n eigen auto was die dit geluid maakte. Het kwam onder m’n auto vandaan… ik herkende het geluid. Het klonk als een loszittend wiel! Dat had ik ooit eens eerder gehad in Nederland met de Volvo Amazone van m’n pa. Snel zette ik de auto aan de kant en ging ik de regen in. Ik keek onder de wieldoppen en inderdaad mijn vermoeden was juist. De moeren die het wiel op de juiste plaats moeten houden waren helemaal los getrild! Jemig! Wat was ik boos op Ted for Tyres! Met al die ravijnen langs de weg wil je toch niet met één wiel minder rondrijden!
Ik draaide m’n wiel weer vast! Goed vast, ik wel! Een boer op een quad kwam nog vragen wat er aan de hand was, maar ik vertelde ‘m dat ik alles onder controle had. Ik reed verder en beeldde me steeds in dat ik weer iets geks hoorde. Maar Ãk had het goed gedaan gelukkig!
Ik arriveerde in Wanganui waar ik meteen naar de familiewinkel van het Leger des Heils ging. Ik kocht er heerlijke cassettebandjes met fijne rock van Eels en Placebo. Dat Leger des Heils toch!
Omdat ik het verdiende verwende ik mezelf op een heerlijke cappuccino en een walnut slice met gekarameliseerde suiker midden in. Ik zat in een ontzettend gezellig eethuisje waar je tegelijkertijd kon internetten en dat had ik wel nodig na al die dagen van internetonthouding in de middle of nowhere.
Voor mij bestaat Wanganui dus uit een Leger des Heils familiewinkel en een fijn internet-eethuisje. Nog nagenietend van de stukjes walnoot tussen mijn kiezen reed ik verder naar Palmerston North waar ik al eens eerder was geweest helemaal aan begin van mijn reis. Toen kampeerde ik daar een heel weekend op de oprit van een Maori familie… De reden daarvan was, hoe kan het ook anders, autopech…
In Palmerston betaalde ik alle rekeningen die door Telecom naar het adres van mijn ouders in Nederland waren gestuurd. Omgerekend zo’n vijf euro in totaal… en dat voor 5 maanden onbeperkt draadloos internetten. Niet al te duur dus ;-) Op internet zocht ik op waar Dora’s taekwondo wedstrijd zou plaatsvinden. Ik wist dat het in de buurt van Palmerston was, maar waar enzo dat wist ik niet en Dora ook niet want die werd door een bus van deur tot deur gereden…
Ik vond uit dat het in Levin was. Nog 50 km zuidelijker terwijl ik die dag al honderden kilometers gereden had. Zucht… maar goed, ik zou haar die avond tenminste weer zien na twee lange weken van avontuur en autopech.
Ik kwam aan in Levin en zag een bus. Ik volgde de bus in de hoop dat het die was waar Dora in zat. Maar nee, er bleken meer bussen rond te rijden in Levin. De bus had mij wel de weg naar de bios gewezen. Ik kocht een kaartje voor ‘Maria full of grace’ en deed nog even boodschappen. Ondertussen SMS’te ik tientallen keren met Dora over waar we die avond zouden afspreken en dat ik een mooi plekje zou zoeken waar we konden slapen, want het leek er erg op dat het kon. De film was ontzettend mooi! Over twee meisjes uit Colombia die via een ‘vriend’ in het bolletjes slikken verzeild waren geraakt. Ik wist eigenlijk heel weinig over deze manier van drugs smokkelen behalve dan dat het veel plaatsvindt tussen de Antillen en Nederland dat er een liedje over gemaakt is: ‘Ik heb bolletjes in m’n hol’. Door deze film drong het toch even door wat het allemaal inhoud en hoe ernstig en gevaarlijk het is.
Na de film heb ik een Motor Camp gezocht waar ik hoopte op een cabin voor Dora en mij. De cabins waren allemaal vol, door dat toernooi natuurlijk… dus dat ging niet. Er was nog wel een plekje voor m’n bus. Ik boekte voor twee, maar toen belde Dora af. Shit! Het vervelendste was nog dat de man van de camping moeilijk deed over restitutie, terwijl Dora er nog niet eens geweest was. Het ging voor mij niet om die acht dollar maar ik was gewoon sip om twee redenen. Ten eerste moest ik alleen slapen, wat kut was, en ten tweede verdacht die eikel van een kampbeheerder me ervan dat ik Dora in m’n bus verschool en dat als ie haar morgen zou vinden dat ik dan een probleem had! Wat een lul!
Ik keek TV in de kantine… in m’n eentje. Er was een leuke serie op: ‘Last man standing’. Een soort ‘Sex in the city’ maar dan voor mannen… Om klokslag tien uur kwam campingeigenaar binnen en zei: “Ik ga afsluiten.†Klik TV uit, licht uit, en ik moest weg uit de TV ruimte. Wat een akelige avond! Het Camping-Mast-opstandig-heids-gevoel bekroop mij weer na een afwezigheid van vier jaar. Bah! Wat kunnen campingbeheerders toch akelig zijn!
Ik dronk cola tik, met wel heel veel maar niet zulke sterke tik… ’s Nachts was het weer koud. Maar de sinaasappel-mango-kruik hielp dit keer erg goed. Dat was tenminste iets.
De volgende ochtend maakte ik een uitgebreid fruithapje en om elf uur ging ik naar het sportcentrum voor het Taekwondo toernooi. Ik had me al een tijd niet geschoren en wou Dora laten zien hoe ik er uit zag met snorpluis onder m’n onderlip. Dat was misschien niet zo’n goed idee. Ik werd naar buiten gesleurd en mocht niet eerder weer naar binnen voordat ik netjes m’n bovenlip onthaard had…
Maar goed, toen ik fris geschoren was mocht ik weer naar binnen en werd ik aan ontelbaar veel mensen voorgesteld. Zei ze dat ze pas morgen hoefde te starten. We hebben daar de hele dag een beetje gehangen in het sportcentrum en dat was goed. De sfeer was heel okay en de mensen aardig. Het sparren (dat is wanneer vechtsporters op elkaar in gaan slaan) was erg leuk om te zien. Ik heb nog nooit zoveel mensen tegelijk bloedneuzen zien hebben.
Om een uur of vier vijf ging ik weer weg en Dora bleef. Ze zou me bellen over of ik kon slapen in het pension waar hun groep sliep. Waarschijnlijk kon dat wel.
Ik ging maar weer naar de bios en keek voor het eerst in mijn leven Starwars. Sjonge, dat iedereen zich daar toch altijd zo druk om maakt. Ik vond het maar niks. Ik wist dat het fout zou zijn en daarom leuk, maar eigenlijk vond ik het alleen maar slecht. Sorry, iedereen die ik hier mee kwets, “maar gewoon echt ruk, ik vond.â€
Na afloop kocht ik maar direct een kaartje voor de eerst volgende film. “Kindom of Heaven†over de kruistochten uit de middeleeuwen. Dat was dan weer wél een goede film! Na de film sjeesde ik naar het pension van Dora. Het was er fijn. Ik sliep helaas niet bij haar op de kamer maar had wel weer eens een echt bed tot mijn beschikking.
We stonden op om vijf uur vijfenveertig (dat is 5.45) Aargh! Fanatiekelingen! Ik heb vakantie hoor… maar natuurlijk wilde ik ook meeprofiteren van het super ontbijt. Er waren wel tien verschillende cereals. Super! Toen zag ik Dora, en die was al strak gespannen was voor de wedstrijddag. Ik zou haar meenemen in mijn busje naar de sporthal, maar ze verkoos bij het team te blijven om in de sfeer te komen.
En daar rij je dan weer in je busje, zeven uur ’s ochtends, zondag, koud, geen verwarming in auto, alles dicht, zon nog niet boven de horizon, en nog een keer koud. Dan maar even wat aantekeningen maken met een dikke jas aan en handschoenen en het reisverhaal van m’n ouders op Vlieland lezen.
Op m’n brakke cassettespeler een liedje van Semisonic: Closing time verkregen bij het Leger des Heils in Wanganui. “I know who I want to take me out. Closing time, every new beginning comes from some other beginnings end. Closing time: open all the doors and let you out into the world. Turn all of the lights on over every boy and girl. Last call for alcohol so finish your whiskey and beer…
Die dag hing ik wat bij de sporthal rond en moedigde ik Dora en haar teamgenoten aan. Er werd die dag heel veel gespard. Heftig om te zien hoor. Opnieuw veel bloedneuzen, maar Dora niet hoor. Dora deed alleen mee aan de technische onderdelen van de wedstrijd. De Tuls, die ze in het Engels patterns noemen. Halverwege de dag heb ik me er toch maar even uit de voeten gemaakt. Een hele dag in zo’n fanatieke sporters-sfeer is niks voor mij. Doe mij maar een bloemencorso, dat is een stuk vrediger.
‘s Avonds namen we afscheid van al Dora’s teamgenoten en nam ik haar mee in m’n busje richting het Noordwesten, terug naar Wanganui. We haalden een lekkere Chinese maaltijd en sliepen in de buurt van Foxton op een picknickarea waar ik anderhalve maand daarvoor al eens eerder had geslapen maar dan overdag, en waar ik toen ontzettend lastig gevallen werd door een haan die vond dat ik niet overdag mocht slapen en de hele tijd zat te kraaien. Nu sliep ie zelf gelukkig :-)
