De laatste twee maanden heb ik twaalf wetenschapsmusea bezocht. Drie in Nederland en negen in Amerika. En ik moet zeggen, ik kan er geen genoeg van krijgen! Of ik niet bang ben voor ‘hordes verveelde derdeklassers die door het gebouw sjokken’ en voor ‘knopjes, kleurtjes, oplichtende kaarten en hippe proefjes?’ Nee, geen probleem voor mij. Ook word ik niet moe van ‘drukke, populair geklede gidsen’ waar anderen een ochtendhumeur van krijgen. Zelfs vind het niet gek wanneer een museum zich vestigt in een hedendaags pand zonder uit te kijken misschien wel te ‘modern over te komen’.
Zoals je ziet ben ik een klein beetje geschrokken van het feit dat niet iedereen het blijkbaar zo naar zijn zin blijkt te hebben in een wetenschapsmuseum. Ik zal proberen uit te leggen waarom ik het daar wél leuk vind.
Toen ik een kleine jongen was werd ik door mijn klasgenootjes Willi Wortel genoemd. Dat vond ik een eer, want ik was altijd aan het knutselen met tandwieltjes, veertjes en elektronica. Ik deed iedere week wel weer een nieuwe uitvinding. ‘Pas maar op’, zeiden mijn klasgenootjes, ’straks wordt je nog een studentje!’, ‘Ja, en dan moet je de rest van je leven dikke boeken lezen en krijg je zomaar zwart haar’ ,’Ja, met een zijscheiding en een rond brilletje!’ Mijn klasgenootjes en ik waren nog nooit naar een wetenschapsmuseum als NEMO geweest, laat staan in bijvoorbeeld het Exploratorium in San Francisco. Je kunt wel zeggen dat wij nogal een vreemd beeld van wetenschappers hadden.
Pas heel veel later en via een hele omweg kwam ik terecht op de universiteit. Ik had mij aangemeld toen ik op reis was in Nieuw Zeeland en daar een vierdimensionale wereldbol had bedacht na een bezoekje aan een basisschool. Ik verzon een echte globe die je van alle kanten kon bekijken en waarmee je door de tijd zou kunnen reizen. Ik wist namelijk dat de continenten van de aarde nogal hadden liggen schuiven in de loop der miljoenen jaren. En ik wist ook dat mijn neefje en velen met hem, die nu dezelfde leeftijd hebben als ik tijdens mijn Willi Wortel fase, absoluut geen weet hebben van Continental Drift of andere wetenschappelijke ontdekkingen.
Met de wereldbol, die de naam Globe4D kreeg, gaat het erg voorspoedig. Er blijkt veel interesse vanuit diverse wetenschapsmusea. Velen van hen vertellen al iets over de geschiedenis van de aarde maar meestal beperkt zich dat tot een verzameling fossielen, een filmpje of wat stippen op een kaart van de aarde waarop breuklijnen worden aangegeven. Globe4D gaat een erg belangrijke rol vervullen bij de overbrenging van wetenschappelijke kennis op potentiële wetenschappers of andere breed-geïnteresseerden.
Door Globe4D ben ik me heel erg gaan interesseren voor wat er allemaal in wetenschapsmusea te zien en te ontdekken is. Je merkt dat het voor één museum onmogelijk is alle facetten van de wetenschap te belichten maar wat me opvalt, is dat ze samen een heel compleet verhaal vertellen.
Mijn advies aan iedereen is: bezoek in je leven zo veel mogelijk wetenschapsmusea, ook al weet je al heel veel! Laat ze samen hun verhaal vertellen en blijf je verbazen over wat we met z’n allen al te weten zijn komen en nog zullen ontdekken!
Bezochte musea
1. Los Angeles: Science Centre
2. Los Angeles: Museum of Natural History
3. Santa Barbara: Museum of Natural History
4. San Fransisco: Exploratorium
5. San Francisco: California Academy of Science
6. San Jose: The Tech
7. Ithaca: Museum of the Earth
8. New York Hall of Science
9. New York: Amerikan Museum of Natural History
10. Utrecht: Sterrenwacht Sonnenborgh
11. Utrecht: Universiteitsmuseum
12. Nemo Amsterdam