8-jarige ondekt ondergrondse VW Kever
Wairoa, Nieuw Zeeland, 2005. (…) Het meest opvallende was een groene Volkwagen Kever die in tweeën was gebroken met de twee helften ver uit elkaar. Eerst ontdekte ik het achterste stuk van de auto met de voorstoelen er nog bij. Pas later, nadat ik helemaal rond was geweest en ook nog een dichtgegroeide vrachtwagen had gevonden en een auto waarop een pompoen-plant groeide, kwam ik bij het voorste stuk van de Kever. Waar komt het toch vandaan, dat fetisjisme voor verroeste auto’s? Daarvoor moet ik een heel stuk terug in de tijd….

8-jarige ondekt ondergrondse VW Kever
Toen ik nog een kleine jongen was, een jaar of acht misschien kreeg ik hoogte van het verhaal dat er ergens op het plattelands-erf van mijn ouders een auto begraven moest liggen. Samen met Patrick Koning, een jongen uit de buurt besloot ik op zoek te gaan naar de schat. Ik had zelf al regelmatig kistjes met glinsterende voorwerpen begraven, een schatkaart gemaakt met van die verbrande hoekjes, en altijd zelf de schat weer opgegraven, maar dit was echt! Ergens op het grote erf lag een oude auto te wachten om opgegraven te worden. Niemand leek te weten hoe die auto daar was gekomen en of het wel echt waar was maar Patrick en ik besloten op avontuur uit te gaan en de tuin van m’n ouders volledig om te keren. Het was mijn eerste langdurige project. Het was zomer toen we begonnen te graven aan de noordkant van het erf. Het erf was in die tijd nog niet zo gecultiveerd als nu en we hadden er ook officieel toestemming voor gekregen van mijn ouders. Talloze kopjes, schoteltjes en een fiets vonden we, maar toen de herfst kwam hadden we nog steeds geen spoor van een auto. Bijna iedere dag na schooltijd groeven we maar toen de dagen korter werden nam het enthousiasme af en onze twijfels over of we hem nog wel zouden vinden toe. Totdat we op een koude zaterdagochtend aan de westkant van het erf naast de seringenboom op iets hards stuitten. Het was het spatbord van wat later de Kever bleek te zijn! Gillend renden we naar binnen! Mam mam mam! We hebben hem! We groeven en groeven dat het een aard had ! De hele zaterdag en zondag en ’s ochtends voor schooltijd. Als de school was afgelopen fietsten we als dollen de drie kilometer naar ons huis op de vlakte. Na een paar dagen hadden we een ontzettend diepe en grote kuil gegraven en lag het grootste gedeelte van de auto bloot. Het werd het tijd voor een afrastering om onze vondst tegen rovers te beschermen en om oma’s te behoeden voor een val in de diepe kuil. M’n zusje kwam ook helpen. Met z’n drieën verfden we een rood met wit hekwerk. Daarna gingen we weer verder met graven. Allerlei voorwerpen kwamen naar boven. De oranje knipperlichtjes, de bol voor de claxon met het Volkswagen logo er nog op, hendeltjes voor de ruitenwissers, het stuur, de ventilatieroosters van de motorkap achter op de auto. De deuren waren nog als zodanig te herkennen en tenslotte vonden we het verroeste motorblok dat van alle kanten besmeurd was met witte aanslag. Dat motorblok kregen we niet op eigen kracht naar boven, zelfs niet met m’n vader en Han Kobes er bij. Maar Han had een Eend! We knoopten dik een touw vast aan de Eend en aan het motorblok en voor zover ik me kan herinneren zijn we er toen in geslaagd het zware ding uit de grond te krijgen.
Toen de belangrijkste auto-onderdelen boven waren werd het tijd om de uitnodigingen voor de Kever-tentoonstelling te drukken. Met de oude typ-machine waarop ik jaren later nog eens officieel type-les zou krijgen maakten we een pamflet. Op de kopieermachine bij de C1000 aan het Westeinde lieten we het vel voor een dubbeltje per twee dupliceren.
Al onze familie, vrienden, kennissen en buren riepen we op om te komen kijken naar de door ons gevonden schat! En ze kwamen allemaal behalve één buurvrouw. Lang duurde het voordat ik het haar kon vergeven. Onder een afdakje vast aan onze hut van twee hoog lagen alle onderdelen zodat iedereen ze kon zien. Het was groots!
Toen het weer lente werd was op de plek waar de auto had gelegen nog steeds een groot gat met hier en daar nog een stuk blik. Er werd besloten om van die plek een vijver te maken en die vijver is er nu nog steeds en herinnert mij nog altijd aan dat grote avontuur!
Lees meer verhalen in mijn boek.pdf.
Reageer op dit bericht / Leave a message

Het redigeren van m’n reisverhaal uit Nieuw Zeeland gaat nog niet zo snel. Daarom hier maar alvast de ruwe versie als PDF. Wie zin heeft om te helpen met het verwijderen van spelling-, grammatica- en/of stijlfouten, graag…
Ik moet zeggen dat de opnamedag minstens net zo extreem en onwerkelijk was als meewerken aan de 

Ik reed verder richting het zuiden, op weg naar Wanganui. Niet ver, want na 26 kilometer al (bij Horopito) vond ik opeens een autokerkhof, en niet zomaar eentje! Kolossaal! Een werkelijk walhalla! Van veraf zag ik dat het een hele bijzondere was, het stond er vol met klassieke auto’s! Ik sloeg af en vroeg of ik een kijkje mocht nemen. Natuurlijk. Boven het kantoortje was ook nog een museumpje met allemaal onderdelen. Knipperlichten, wieldoppen, voorlampen, allemaal van klassieke auto’s! Buiten raakte ik ook maar niet uitgekeken. Auto’s van sinds de begin van het autotijdperk. Opgegaan in de natuur. Met kleuren die je niet bedenkt. Sommige opgestapeld, maar toch tot maximaal twee hoog. Ik schoot aan één stuk door foto’s, niet wetend waar ik moest klikken. Na ruim vijf uur en tweehonderd foto’s verder haakte ik af. Het werd al donker en het begon steeds harder te regenen. Het had de hele tijd al geplensd, maar het maakte allemaal niet uit. Gewoon m’n waterdichte jas aan en dan weer doorgaan! 
